Opzetten van een gemeenschappelijk verdedigingssysteem! In een uitdagende geopolitieke omgeving moet de samenwerking van de EU op het gebied van externe veiligheid en defensie worden versterkt. Het toekomstige defensiebeleid van de EU moet erop gericht zijn de EU en haar burgers te beschermen door een gemeenschappelijk defensiesysteem op te zetten waarmee externe bedreigingen doeltreffend kunnen worden aangepakt. Het bundelen van onze financiële, personele en inlichtingenmiddelen zal efficiënter zijn en ons leven veiliger maken.

Wat zouden we eerst doen? Het oprichten van een Europees leger!

Wat is er aan de hand?

Het veiligheidsbeleid van de EU wordt geconfronteerd met nieuwe bedreigingen, zoals hybride oorlogsvoering. Tegelijkertijd heeft de EU nog steeds moeite om duurzame antwoorden te vinden op de traditionele veiligheidsproblemen die het gevolg zijn van de politieke instabiliteit in buurlanden, zoals Libië, of van gewapende conflicten als gevolg van de spierballen van Rusland in Oekraïne.

Ondertussen verliezen de lidstaten hun vermogen om doeltreffend te reageren doordat de meeste veiligheids- en defensie-infrastructuren, militaire capaciteiten en uitrusting van de lidstaten verouderd zijn. De Europeanen krijgen minder voor wat ze betalen, omdat de defensie-uitgaven over de lidstaten verdeeld zijn. 17 verschillende gevechtstanks, 28 verschillende houwitsers, 20 verschillende gevechtsvliegtuigen en een groot aantal verschillende fregatten en vernietigers zijn slechts enkele voorbeelden van inefficiënties. Geschat wordt dat Europa 30% van zijn defensie-investeringen zou kunnen besparen door het bundelen van overheidsopdrachten. Naast aanbestedingen zijn ook parallelle structuren van civiele en militaire commando's een bron van inefficiëntie: er zijn 28 ministers van Defensie, elk met hun eigen ministerie en militaire commandostructuren.

Wat is onze visie?

De veiligheid van de Europeanen is belangrijker dan het prestige en de macht van de nationale politieke en economische elites. Onze visie op Europese veiligheid en defensie kent drie bouwstenen: (1) Onafhankelijke militaire en niet-militaire vermogens. Dit betekent een volledig geïntegreerde krijgsmacht - een Europees leger - die ervoor zorgt dat Europa het hoofd kan bieden aan conventionele en niet-conventionele bedreigingen van zijn grondgebied. Dit betekent ook dat er expeditietroepen moeten zijn die, indien nodig, onafhankelijk van andere actoren kunnen optreden in het kader van een alomvattende veiligheidsaanpak die ook civiele instrumenten voor conflictoplossing omvat (bijvoorbeeld humanitaire operaties, ontwapening, staatsopbouw). De commandostructuren zullen worden verenigd, maar de geïntegreerde Europese strijdkrachten kunnen decentraal op het hele continent worden gelokaliseerd en de Europese burgers kunnen ongeacht hun land van herkomst een beroep doen op het leger. (2) Democratische besluitvorming. Europese capaciteiten moeten gepaard gaan met Europese besluitvorming. Over Europese veiligheids- en defensieaangelegenheden zal op Europees niveau worden beslist als onderdeel van het democratische, parlementaire proces: geen achterdeurtjes tussen nationale regeringen als het gaat om de veiligheid van Europese burgers. (3) Een nieuw veiligheidsparadigma. Wij willen een systeem dat de reikwijdte van het veiligheidsbeleid beperkt: een systeem dat zich afvraagt wanneer iemand met macht iets als een veiligheidskwestie probeert te definiëren. Het bestempelen van iets als een 'bedreiging voor onze veiligheid' is geen onschuldige zet: het kan angst en intimidatie onder burgers veroorzaken, het gaat meestal gepaard met eisen om het met voorrang aan te pakken, vaak buiten het normale democratische proces om, en meestal met aanzienlijke middelen. We hebben een systeem van checks and balances nodig om de reikwijdte van het veiligheidsbeleid in de Europese samenleving te beperken.

Hoe geraken we daar?

1. Oprichting van een Europees leger: We willen overschakelen van de bestaande multilaterale samenwerking op de integratie van strijdkrachten die de Europese veiligheid en defensie effectiever zullen maken door 1) een geloofwaardige militaire component toe te voegen aan de alomvattende veiligheidsaanpak van de EU, en 2) efficiënter door dubbel werk te voorkomen. Lidstaten die bereid zijn vooruitgang te boeken, dienen gebruik te maken van permanente gestructureerde samenwerking, zoals bepaald in het Verdrag van Lissabon, met andere lidstaten die op een later tijdstip kunnen toetreden. Uiteindelijk zullen er permanente troepen zijn onder een verenigd militair commando van de EU met een permanent militair hoofdkwartier. Het militaire commando van de EU zal onder civiel toezicht staan van een Europese minister van Defensie, die een Europees ministerie van Defensie voorzit. Een afdeling Cyber Security binnen het ministerie zal de externe Europese inspanningen op het gebied van cybersecurity bundelen.

2. Omvormen van het parlementaire toezicht: Volt wil volledige parlementaire controle bereiken door voor elke inzet van strijdkrachten een gekwalificeerde meerderheid in het Europees Parlement en de Raad van Ministers te eisen. In het Parlement moet een volwaardige Commissie veiligheid en defensie worden ingesteld - voortbouwend op de bestaande subcommissie.

3. Een Europese veiligheids- en defensieacademie: Volt wil hooggeplaatst militair EU-personeel en ambtenaren opleiden en opleiden op het gebied van een breed scala aan veiligheidskwesties, op basis van de meest recente onderzoeken en onderwezen door 's werelds meest vooraanstaande deskundigen. Gemeenschappelijke opleiding zal de ontwikkeling van een Europese esprit de corps en een gemeenschappelijk veiligheidsbegrip ondersteunen.

4. Oprichting van een Europese inlichtingendienst: We willen van een systeem van vrijwillige uitwisseling van informatie overgaan op een bindend systeem waarbij het Europese niveau inlichtingenactiviteiten op een lager niveau coördineert en leidt.

5. Omvormen van het EDA tot een aankoopdienst: Het werk van het Europees Defensieagentschap moet worden omgevormd tot een afdeling Aanbestedingen binnen het Europees ministerie van Defensie. Dit betekent dat de coördinatie van nationale aanbestedingen moet worden overgeheveld naar centrale aanbestedingen door de EU.

 

Download de PDF versie met referenties